Kanelbullar (kaneelbroodjes) ca. 45-50 stuks

Voor het deeg

  • 150 gram margarine
  • 5 dl melk
  • 50 gram verse gist of 1 zakje droge gist (voor Zweden de rood/gele verpakking)
  • 1 tot 1  1/2 dl suiker
  • 1/2 theelepel zout
  • 13 dl bloem

Voor de vulling:

  • 50 gram margarine
  • 1 dl suiker
  • 1 eetlepel kaneel

afwerken met:

  • 1 losgeklopt ei met 1 lepel water
  • bestrooien met parelsuiker

Kneed de ingrediënten voor het deeg tot een  heel soepel deeg. Voor het kneden kun je het kneedprogramma op de broodbakmachine gebruiken. Een keukenmachine werkt ook fantastisch. Laat het deeg 30 min op kamertemperatuur rijzen. Rol vervolgens het deeg uit op een ruim met bloem bestrooide ondergrond. Let erop dat je het deeg regelmatig van de ondergrond los maakt. De deeglap uitrollen tot een lap van 50×70 cm. Bestrijk de lap met de zachte margarine en bestrooi dan het geheel met een mengsel van de suiker en de kaneel.

Rol nu het deeg op en snijd hiervan plakjes van ca. 1,5 cm dik. Leg deze op een bakplaat die bekleed is met bakpapier. Bestrijken met het eimengsel en bestrooien met de parelsuiker.

In de oven bakken op 250graden in ca. 7 minuten. Tip: je kunt de bullar heel goed invriezen en als je plots bezoek krijgt, even in de magnetron of toastoventje en klaar ben je!

Variatie: je kunt ook hartige pizzabullor maken als je de deeglap bestrijkt met olijfolie en bestrooit met pizzakruiden. Laat in dat geval ook de suiker achterwege in het deeg en natuurlijk ook de parelsuiker. In plaats hiervan kun je bestrooien met wat grofzout.  Lekker bij de borrel (of fris)